Omgaan met een microfoon.

Omgaan met één (of meerdere) microfoons.

Tips voor het gebruik van microfoons:

  • Praat rustig. Geef het publiek de kans om uw verhaal te begrijpen. Dit lukt niet door gehaast te praten. Durf uw presentatie vooraf te oefenen. Dit komt de boodschap gegarandeerd ten goede. Focus op het onderwerp en niet op wat er om u heen gebeurd.
  • Zorg dat u duidelijk praat en met een luid volume. Zachtjes of binnensmonds praten komt de verstaanbaarheid niet ten goede.
  • Test de apparatuur voor u uw presentatie begint. Testen doet u niet door op de microfoon te tikken. Een microfoon is erg gevoelig, er op slaan kan op de lange termijn schadelijk zijn voor het membraan. Test hem bijvoorbeeld met de vraag: “Ben ik te verstaan?”
  • Houd voldoende afstand tussen de mond en de microfoon. Gemiddeld 5-10 centimeter bij een handmicrofoon en 2 centimeter bij een headsetmicrofoon. Houd de microfoon niet vast bij het mondstuk (zilveren kop). Hierdoor ontstaat een dof geluid.
  • Houd rekening met de zogenaamde “inputgain” van de microfoon. Sommige microfoons zijn geprogrammeerd om geactiveerd te worden bij spraak. Dit voorkomt dat hij omgevingsgeluid oppikt en de kans groot is dat de hele installatie gaat piepen op het moment dat u tussen de speakers staat.
  • Mocht het geluid gaan rondzingen, leg dan niet uw hand op de microfoon, maar laat de microfoon in een andere richting wijzen.
  • Ga voorzichtig om met een microfoon. De vervangingswaarde loopt al snel in de honderden euro's.
  • Mobiele telefoons zouden kunnen storen op het signaal van de microfoon. Zet uw telefoon uit, of leg deze op een andere plaats.